DAF575

wat

DAF 575

Handleiding inbouw dieselmotor DA 475, DD575 en DS575.

Overgenomen uit de originele handleiding van :

VAN DOORNE'S AUTOMOBIELFABRIEK N.V. - EINDHOVEN

 
De werkwijze van de dieselmotor
 

Teneinde begrip te hebben voor een juiste verzorging van de dieselmotor is het nodig dat degene die met deze verzorging wordt belast, vertrouwd is met de werkwijze van dit type motor. In tegenstelling met de benzinemotor, die een gasmengsel van lucht en benzinedamp naar binnen zuigt, krijgt de diesel uitsluitend lucht in zijn verbrandingsruimte. Bij de benzinemotor is een hete bougievonk nodig om het gasmengsel tot ontsteking te brengen.
Een diesel heeft zo'n vonk niet nodig, omdat hier de binnengezogen lucht dermate hoog gecomprimeerd wordt, dat wanneer in deze heet geworden lucht een uiterst fijn verstoven hoeveelheid brandstof onder zeer hoge druk wordt gespoten, dit mengsel van lucht en brandstof onmiddellijk tot ontbranding komt. Voorts hangt het van de hoeveelheid ingespoten brandstof af welke krachtontwikkeling op de zuiger wordt uitgeoefend.
Voor het inspuiten van brandstof in die sterk samengeperste lucht is een zeer hoge inspuitdruk ( 140-185 kg/cm²) vereist. Bovendien vraagt het afpassen van hoeveelheden brandstof ter grootte van nauwelijks een speldenknop vanzelfsprekend een haast onvoorstelbaar nauwkeurige afwerking van de apparatuur welke hiervoor wordt gebruikt. De brandstofpomp van een dieselmotor moet dan ook tot de precisie instrumenten worden gerekend en zonder enige overdrijving kan daarom worden gezegd, dat vuil en water in de brandstof de grootste vijanden zijn van de diesel inspuit apparatuur. De zorg voor een zo zuiver mogelijke brandstof begint reeds bij de opslag van de voorraadvaten, waarvoor verder in deze handleiding richtlijnen worden gegeven. Vervolgens moet bij voorkeur een gaasfilter in de vulopening aanwezig zijn tijdens het tanken, terwijl de zuigopening van de aanzuigleiding door een zeef is omgeven.

De DAF DS575 dieselmotor met Holset turbocompressor.

De brandstofopvoerpomp zuigt de brandstof vanuit de tank door het brandstofgroffilter en perst deze onder betrekkelijk geringe druk naar het fijnfilter. De aldus reeds meerdere malen gereinigde brandstof bereikt nu de brandstofinspuitpomp. De inspuitpomp heeft tot taak de brandstof in uiterst geringe hoeveelheden (variërende met de behoefte aan motorvermogen) op het juiste moment onder zeer hoge druk naar de verstuivers te persen. Deze laatstgenoemden tenslotte - hun naam zegt het reeds - verdelen de toegevoerde brandstof in dermate fijne deeltjes, dat de brandstof als een nevel in de verbrandingsruimte wordt gespoten. Maar ook dit gebeurt pas nadat eerst nog een allerlaatste filtering van de brandstof d.m.v. een klein filter in de verstuiver heeft plaatsgevonden. Uiteraard is het moment van brandstofinspuiting geheel afhankelijk van de stand van de zuiger in de betreffende cilinder. Bij de DAF dieselmotoren is dit bijvoorbeeld 28° ( DA 475 en DD 575)  of 26° ( DS 575) vóór het B.D.P. (bovenste dode punt) van de zuiger in zijn compressieslag. Hieruit volgt dus dat de brandstofinspuitpomp moet worden aangedreven vanaf de nokkenas van de motor en dat de stand van de koppeling tussen de twee genoemde delen zeer nauwkeurig dient te worden ingesteld. Het veranderen van deze instelling is dan ook ontoelaatbaar.
Een heel belangrijk onderdeel van de inspuitpomp is de regulateur. Deze heeft tot taak het motortoerental dusdanig te beheersen, dat dit niet beneden het minimum daalt, noch het maximum overschrijdt en dat bovendien een eenmaal ingesteld toerental gehandhaafd blijft onafhankelijk van de belasting van de motor. Deze regeling van het toerental komt tot stand door al naar behoefte de hoeveelheid in te spuiten brandstof te verhogen of te verminderen. De regulateur moet dus reageren op de motorbelasting en is daarom aangesloten op het vacuum dat in meer of mindere mate heerst in de inlaatbuis van de motor.
De DS 575 motor- en in speciale uitvoeringen ook de DA 475 en de DD 575 is echter uitgerust met een mechanische regulateur, waarbij centrifugaal gewichten, die op het toerental reageren, de regelende werking uitoefenen. Hierboven is reeds gesproken over de zeer hoge druk, waaronder de brandstof in de verbrandingsruimte wordt geperst en over de nauwkeurigheid van het moment van inspuiting. Aan deze twee voorwaarden kan alleen worden voldaan indien er absoluut geen lucht in het brandstofsysteem voorkomt. Lucht is immers wel samenpersbaar, terwijl een vloeistof dit niet is. Bij de dieselmotor is het dus tevens van groot belang, dat geen lucht in het systeem kan binnendringen. Vuil, lucht en water in het brandstofsysteem zijn dus de vijanden van de diesel. Wordt hiermede rekening gehouden, dan zal in de praktijk blijken, dat de dieselmotor een buitengewoon betrouwbare motor is, die voor geringe exploitatiekosten grote prestaties levert. Zoals reeds werd opgemerkt, levert de dieselmotor zijn vermogen naarmate de hoeveelheid brandstof die in de verbrandingsruimte wordt ingespoten.
De verbrandingsruimte kan echter slechts een bepaald maximum aan lucht aanzuigen en vanzelfsprekend heeft het geen enkel nut ( integendeel het is schadelijk voor de motor! ) om méér brandstof in te spuiten dan kan worden verbrand met die maximale hoeveelheid lucht. Toch bestaat een mogelijkheid om méér lucht in de verbrandingsruimte te krijgen, namelijk door deze lucht niet door de motor te laten aanzuigen, maar door de lucht onder druk toe te voeren. Voor het onder druk toevoeren van lucht naar de motor zorgt de turbocompressor, waarmede de DS-575 is uitgerust. Deze compressor bestaat uit twee hoofdelementen.
Een turbineschoepenrad dat door de motoruitlaatgassen in zeer snelle wenteling wordt gebracht en de eigenlijke compressor - op dezelfde as gemonteerd als de turbine - die lucht aanzuigt, deze comprimeert en onder druk naar de motor voert. In de verbrandingsruimte is nu dus meer lucht voor de verbranding beschikbaar dan wanneer de motor die lucht zelf had moeten aanzuigen, zodat het onder deze omstandigheden wel mogelijk is om meer brandstof in te spuiten en daardoor het motorvermogen te verhogen.



 DAF 575 BRANDSTOFSYSTEEM

Verbrandingssysteem.

De DAF-dieselmotor is gebouwd volgens het principe van de snellopende diesel met directe inspuiting. Het verbrandingssysteem met directe inspuiting combineert de voordelen van een minimaal brandstofverbruik met een vlotte koude start zonder gebruikmaking van gloeibougies. Bij de DS 575-motor kan echter vanwege de turbo oplading een gloeispiraal in het inlaatspruitstuk zijn aangebracht, teneinde zelfs bij zeer koud weer een onmiddellijke start te garanderen. Door het toepassen van speciale maatregelen heeft de DAF-dieselmotor een opvallend rustige loop en een hoge mate van geruisloosheid. 

Brandstofsysteem.

Het C.A.V. brandstofsysteem kenmerkt zich door een minutieuze filtering van de brandstof, alvorens deze de verstuivers bereikt. Een allereerste vereiste voor een betrouwbare werking van de dieselmotor!  Afhankelijk van de uitvoeringen van de motor is een regulateurtype gemonteerd, dat volkomen is aangepast aan de bedrijfsomstandigheden, waaronder de motor zijn werk zal moeten verrichten.


1. Tankzeef 4. Opvoerpomp 7. Invoer 10. Verstuiverfilter
2. Groffilter 5. Fijnfilter 8. Verstuiver 11. Ontluchtingspijpje
3. Inspuitpomp 6. Ontluchtingsnippel 9. Terugvoerleiding 12. Tank


a. Ontluchtingsnippel

b. Stophefboom

c. Vulpunt regulator

d. Koudstartinstallatie

e. Opvoerpomp met handbediening

f. Vulpunt brandstofpomp

g. Overloop carter

CAV brandstofpomp met centrifugaal regelaar
In het carter van de pomp gaat
250cc olie en in het
regulator huis 125cc

 

Bosch pomp





Foto 11


Tot 2007 hebben wij altijd op rode gasolie gevaren die we in België tankten. De motor rookte altijd behoorlijk. Nu in 2007 zijn we overgestapt op witte dieselolie die we bij tankstations voor auto's halen en tot onze verbazing is het roken vele malen minder. Bij het starten met een koude motor is er bijna geen rookontwikkeling. Hieruit blijkt dat niet alleen de kleur van de Diesel anders was.

Hier de waterafscheider en het dieseloliefilter

DAF nr.001318695

Fijnfilters met de ontluchting.

De slang links is de retour leiding naar de tank.

2x DAF nr. 000138364


Vanuit de tank loopt de brandstof via een afsluiter naar het waterfilter. Van het waterfilter loopt de brandstof naar het groffilter. Het groffilter is aangesloten op de opvoerpomp (4) van de brandstofpomp. Deze zuigt het dus door het waterfilter en groffilter en perst de brandstof door twee fijnfilters (5) naar de brandstofpomp (7). Op de fijnfilters zit een ontluchtings leiding (6) die parallel zit aan de retour brandstofleiding van de verstuivers. Deze leiding is weer aangesloten op de brandstoftank. Dit is op bovenstaande tekening te zien.

    

Bezinkkolf / Waterafscheider

In de bezinkkolf heeft het water, dat zich in druppelvorm in de brandstof kan bevinden, de gelegenheid om uit te zakken, zodat het niet tot de overige brandstofapparatuur kan doordringen.Het filter moet regelmatig gecontroleerd worden op water.

Als het filter inwendig vervuilt is, kan het gedemonteerd en gereinigd worden door de centrale bout op het filterdeksel los te nemen.

Draai de centrale bout niet te vast aan in verband met de kans op breken van het glas.

Brandstoffilter (MANN)

De hoofdbestanddelen van het MANN brandstoffilter worden gevormd door het filterdeksel en het filterelement.

Het onderhoud aan het filter bestaat uitsluitend uit het vervangen van het complete filterelement.Montage voorschrift:

1e Smeer de afdichtring van het filterelement in met gasolie. (vet)

2e Schroef het filterelement tegen het filterdeksel tot de afdichtring tegen het deksel aanligt.

3e Draai het filterelement vervolgens nog ongeveer een halve slag met de hand vast.

4e Ontlucht het filter en controleer op lekkages.


Stophefboom.

Met deze hefboom wordt de brandstoftoevoer naar de motor afgesloten. Vóór het starten dient de stophefboom dus weer in zijn oorspronkelijke stand te worden geplaatst. Foto 11

Brandstofpomp.

Deze bestaat uit de eigenlijke hogedruk inspuitpomp, de regulateur en de brandstofopvoerpomp. Deze laatste is voorzien van een hefboom, welke met de hand kan worden bediend wanneer brandstof uit de tank moet worden aangezogen en als het brandstofsysteem moet worden ontlucht. Voor het ontluchten van de pomp is een ontluchtingskraan aanwezig. Foto 11

Koudstartinstallatie.

Bij zeer koud weer kan het starten zo nodig worden vergemakkelijkt met behulp van de koudstartinstallatie door de stophefboom aan de regulateur voor het starten uit te trekken, dan wel bij bepaalde brandstofpompen de betreffende knop vóór aan de pomp in te drukken. Bovendien kunnen de DA475 en de DS575 worden uitgerust met een gloeispiraal welke zich in het inlaatspruitstuk bevindt en die tot taak heeft de koude lucht vóór te verwarmen.

Brandstoffilters.

Brandstoffilter DAF nr. 001318695  
Brandstoffilter voor CAV filterhouder DAF nr. 000138364 MANN filter P923/1X
DAF 575 ELEKTRO

Hoofdschakelaar.
Het verdient aanbeveling een hoofdschakelaar met afneembare sleutel aan te brengen in de kabel tussen accu en startmotor. Tijdens reparaties aan het elektrische systeem moet de sleutel worden uitgenomen, teneinde kortsluiting te voorkomen. Men behoeft dan geen accukabel los te nemen om de gehele elektrische installatie stroomloos te maken.

Startschakelaar.
De startschakelaar heeft drie standen: uit -contact - start. Door het sleuteltje in het slot te steken en naar rechts te draaien, wordt het contact aangezet. Wanneer vervolgens tegen de veerdruk in het sleuteltje nog verder naar rechts wordt gedraaid, wordt hierdoor de startmotor in werking gesteld. Laat het sleuteltje onmiddellijk los als de motor aanslaat; het springt dan vanzelf terug in de stand "contact".

Ampéremeter/controlelampje.
De meter geeft aan met welke laadstroom de accu wordt bijgeladen door de dynamo, ofwel in welke mate er stroom wordt onttrokken aan de accu, zonder dat de dynamo bijlaadt. Bij enkele uitvoeringen is de ampéremeter vervangen door een controlelampje, dat ophoudt te branden zodra de dynamo begint bij te laden.

Toerenteller.
De toerenteller geeft het aantal omwentelingen aan, dat de krukas van de motor per minuut maakt. Men dient er nauwkeurig op toe te zien, dat dit toerental NOOIT het maximum overschrijdt, waarop de motor is afgesteld. De aandrijving van de toerenteller vindt plaats door de nokkenas via het aandrijfasje van de smeeroliepomp.

Bedrijfsurenteller.
De elektrische bedrijfsurenteller geeft het aantal draaiuren van de motor aan. Hij komt in werking zodra de dynamospanning meer dan 8 volt bedraagt, hetgeen reeds bij stationair toerental van de motor het geval is.

Stophefboom. Met deze hefboom wordt de brandstoftoevoer naar de motor afgesloten. Vóór het starten dient de stophefboom dus weer in zijn oorspronkelijke stand te worden geplaatst. Foto 11

Verlichtingschakelaar.
Met deze schakelaar kan de verlichting van het instrumentenbord worden in- of uitgeschakeld. Bij sommige uitvoeringen wordt de instrumentenbordverlichting ingeschakeld door het beschermkapje van het betreffende lampje in te drukken.

Stroomvoorziening.
Er zijn twee dynamo's gemonteerd die een gescheiden systeem laden. De dynamo aan bakboord is een 24Volt 35Ampére Bosch dynamo die samen met een zonnecel de boordnet accu van twee in serie geschakelde 12Volt 200A/h accu's oplaadt. Dit 24Volt systeem is geheel gescheiden van het tweede systeem van 24Volt 120A/h, welke zorgt voor de startmotor en de boegschroef. De dynamo die dit systeem laadt, zit stuurboord aan de Daf en is ook een Bosch dynamo van 24Volt 35 Ampère.

Links: Dynamo van het boordnet.
Rechts: Dynamo 24Volt 35Amp van de start en boegschroef accu.
Op de onderste foto is de spanningsregelaar te zien die op de motor gemonteerd is.

 

De Stuurboord dynamo 24Volt 35Amp wordt samen met de motor waterpomp aangedreven door een V-snaar naar de krukas pouly.

De bakboord dynamo heeft een eigen V-snaar naar de krukas pouly. Deze dynamo heeft een eigen V-snaar omdat ik later een 50Amp dynamo wil monteren en dat moet gebeuren door deze ene V-snaar. Het vermogen is dan 50 Amp x 24V= 1200Watt

 
Hoe het een en ander is bekabeld en aangesloten, komt later in het item elektro Molecuul aan bod.

 

Startmotor.

Er is een 24Volt Bosch startmotor gemonteerd. Voor meer info ga naar BOSCH

 

 

BRANDSTOFINSPUITSYSTEEM

 

Bosch inspuitpomp type:
PE  6 P    90/320    RS69
PE  6 P  100/320    RS68
PE  6 P  100/320    RS69
PE  6 P  100/320    RS27


Algemeen
De brandstofpomp uit de P-serie kenmerken zich door een geheel gesloten pomphuis en de toepassing van inspuit-elementen. Zo'n inspuit-element bestaat uit pompplunjer en -cilinder, persklep en persklephouder, welke alle tezamen worden gehouden door een stalen flensbus, die op het pomphuis wordt bevestigd. De axiale speling van de nokkenas wordt bepaald door de dikte van het afstelplaatjes tussen het lagerdeksel en het pomphuis. Het inspuitbegin wordt ingesteld door het leggen van plaatjes tussen het pomphuis en de flens van de flensbus. De brandstofopbrengst wordt bepaald door de stand van de regelbus, welke door de regelstang wordt gecommandeerd. De regelstang is niet zoals gebruikelijk vertand, doch is voorzien van een zestal sleuven, waarin een op de regelbus aangebracht kogeltje past. Het gelijkstellen van de opbrengst van de zes inspuit-elementen vindt plaats door het verdraaien van de flensbus; om deze reden zijn de gaten voor de bevestiging van de flensbus op het pomphuis uitgevoerd als slobgaten. De regelstang kan zich over een afstand van 21mm verplaatsen, hetgeen overeenkomt met een verdraaiing van 94graden van de regelbus. Het verstelbereik van de flensbus bedraagt 10graden.  

Uit elkaar nemen van de pomp

1.Neem een metaalstrip en boor hierin twee gaten, zodat de strip met behulp van bouten (M14x1,5) welke resp. in de openingen voor de brandstoftoevoer en voor de lekolieleiding worden gedraaid, op de brandstofpomp kan worden bevestigd. Boor nog een tweetal gaten in de strip, teneinde deze ook op de montagesteun te kunnen bevestigen. (Linkse Tekening)
2.Bevestig de pomp met behulp van de bovengenoemde strip op de montagesteun.
3.Draai de pomp, zodat de onderzijde boven komt en verwijder het bodemdeksel.
4.Verwijder de zes kleine sluitpluggen aan de voorzijde van de pomp.
5.Breng de stoters een voor een in hun hoogste stand door aan de nokkenas te draaien en blokkeer de stoters in deze stand door blokkeerpennen (4-99-535340) door de openingen in het pomphuis te steken.
6.Demonteer de koppeling met behulp van een trekker.
7.Verwijder het tussenlager. Indien dit niet gemakkelijk gaat, kan het lager ook later tegelijk met de nokkenas worden verwijderd.
8.Demonteer het lagerdeksel met behulp van een trekker en gebruik er in elk geval een steunbeugel bij ter vermijding van schade aan de lagers.
9.Houd de stelringen voor het instellen van de axiale speling van de nokkenas en voor het bepalen van de positie van de nokkenas apart bij elkaar.



 

 
  1. Bovendeksel
2. Pomphuis
3. Plug
4. Koudstart inrichting
5. Moer
6. Veerring
7. Oliekeerring
8. Lagerdeksel
9. O-ring
10. O-ring
11. Pompelement
12. O-ring
13. Nylon ring
14. Schermplaat
15. Klemring
16. Persklephouder
17. O-ring
18. Drukring
19. Veer
20. Onderlegring
21. Persklep
22. Onderlegplaat
23. Flensbus
24. O-ring
25. Spanveer + schotel
26. Borgpen
27. Draadbus
28. Meenemer-pen
29. Regelstang
30. Geleidebus
31. Plug
32. Plug
33. Nippel
34. Kogel
35. Veer
36. Sluitring
37. Bout
38. Regelbus
39. Veerschotel (boven)
40. Veer
41. Pakking
42. Bodemdeksel
43. Rollager
44. Lagerbus
45. Nokkenas
46. Tussenlager
47. Rollager
48. Veerschotel (onder)
49. Stoter
50. Stoter-as
51. Stoter-rol
52. Lagerbus

A. Stelplaatje (inspuitbegin)
B. Stelplaatje (axiale speling nokkenas)
C. Stelring (positie nokkenas)
 






 

 

DAF 575 DIESELMOTOR IN MOLECUUL


Op deze homepage heb ik een aantal gegevens verzameld van de DAF 575 dieselmotor.

Wij hebben in 1980 een DAF575 uit een vrachtwagen gereviseerd en gemariniseerd voor het motorjacht de Molecuul welke in 1981 gebouwd werd bij de Altena werf.

 Ophalen oude DAF575  Gereviseerde DAF575

We hebben alle lagers, pakkingen, zuigers, zuigerveren en keringen voor nieuw vervangen. Om de motor te mariniseren hebben we een originele watergekoelde uitlaat voor de DAF575 gekocht, de compressor vervangen voor een losse aandrijfas, het vliegwiel verzwaard en een demperplaat gemonteerd, een aanbouwplaat op het vliegwielhuis geplaatst, een Paragon keerkoppeling gemonteerd, drie koelers geplaatst waarvan twee oliekoelers en één waterkoeler.

Nieuwe zuigers  In de lak

  En hier moet hij nog ingebouwd worden

De motor drijft een losse Jabsco waterpomp aan, die het water levert voor de losse koeler welke de koelvloeistof van de motor koelt. We hebben twee dynamo's gemonteerd van 24Volt. Deze twee dynamo's voeden een geheel gescheiden elektrische installatie van 24V=. De 1e installatie is voor het boordnet en de 2e is voor de startmotor en de boegschroef.

Op deze homepage staan de gegevens van de DAF575 type DD en DS. Het verschil tussen deze twee motoren is dat de DS een turbocompressor heeft. Daar waar de gegevens van de twee motoren gelijk zijn, staat alleen de waarde van de DD uitvoering.

Alle gegevens komen uit literatuur van DAF, maar ik kan niet instaan dat deze gegevens verouderd zijn of dat mijn tekst fouten bevat.

     


De DAF-dieselmotor is het resultaat van een meer dan 25-jarige ervaring op het gebied van dieselmotoren. Zowel de toepassing van speciale materiaalsoorten als de moderne fabricagemethoden hebben geleid tot een uitzonderlijk hoge kwaliteit en nauwkeurige afwerking, waardoor een uitermate betrouwbare krachtbron met een zeer lange levensduur wordt verkregen. 

 Motor bij Altena in de Molecuul hijsen  Hij is binnen


  Inbouwen DAF575  

Motorblok en cilinderkop.

Het robuust geconstrueerde gietijzeren motorblok is tot onder de krukashartlijn doorgetrokken Verwisselbare droge cilindervoeringen van bijzonder slijtvast materiaal garanderen zowel een minimale slijtage als - uiteraard - een ongevoeligheid voor aantasting door het koelwater. Ook de cilinderkop is van gietijzer, waarin speciale uitlaatklepzittingen zijn geperst. De inlaatkleppen zijn van genitreerd chroommolybdeenstaal vervaardigd, terwijl voor de uitlaatkleppen gebruik is gemaakt van siliciumchroomstaal met een stellietlaag op de schotelranden. De gietijzeren klepgeleiders zijn uitwisselbaar. 

In diverse motorbootbladen zijn er vragen geweest over de carterontluchting van de DAF. Rechts op de foto is te zien hoe wij de afzuiging van de carterdampen hebben opgelost. De originele carterontluchting hebben we met de uitgang naar boven gemonteerd en daarop een verchroomde pijp aangesloten die met zijn schuine buisingang voor het luchtfilter hangt.

 

Alle carterdampen worden door de luchtinlaat de motor weer ingezogen en de machinekamer blijft brandschoon. Deze foto is genomen als de motor al meer dan 20 jaar gedraaid heeft. Op de onderstaande foto is de aansluiting van de carterontluchting goed te zien.

 



Machinekamer

 Molecuul

Zuigers.

Bij de aluminium zuigers is een toroidale verbrandingskamer in de zuigerbodem uitgespaard. De opmerkelijke vorm van deze verbrandingskamer brengt de binnenstromende lucht in een zeer intensieve werveling, waardoor een zeer intensieve vermenging met de geïnjecteerde brandstof wordt verkregen, wat resulteert in een bijzonder gunstig verloop van het verbrandingsproces De zuigers zijn voorzien van 3 compressieveren en 2 olieschraapveren, waarvan er één olieschraapveer onder de zuigerpen is geplaatst. De bovenste compressieveer is verchroomd, waardoor een belangrijke bijdrage tot een minimale cilinderslijtage is verkregen.

Lagerwerk.

De krukas is met zijn contragewichten als één geheel gesmeed uit gelegeerd staal. Alle krukaslagers zijn uitgevoerd als losse stalen schalen met loodbronzen voeringen die van een indium-deklaag zijn voorzien.

Distributie.

Voor de distributie is gebruik gemaakt van tandwielen, die eerst gehard en nadien geslepen zijn. Bovendien zijn zij ruim bemeten, wat een geruisloze rustige loop en een hoge levensduur bevordert.

   Daf 575 incl. Paragon koppeling in de Molecuul.