Home DAF575 Brandstofpomp
Afdrukken E-mailadres
 

BRANDSTOFINSPUITSYSTEEM

 
   

 

Bosch inspuitpomp type:
PE  6 P    90/320    RS69
PE  6 P  100/320    RS68
PE  6 P  100/320    RS69
PE  6 P  100/320    RS27


Algemeen
De brandstofpomp uit de P-serie kenmerken zich door een geheel gesloten pomphuis en de toepassing van inspuit-elementen. Zo'n inspuit-element bestaat uit pompplunjer en -cilinder, persklep en persklephouder, welke alle tezamen worden gehouden door een stalen flensbus, die op het pomphuis wordt bevestigd. De axiale speling van de nokkenas wordt bepaald door de dikte van het afstelplaatjes tussen het lagerdeksel en het pomphuis. Het inspuitbegin wordt ingesteld door het leggen van plaatjes tussen het pomphuis en de flens van de flensbus. De brandstofopbrengst wordt bepaald door de stand van de regelbus, welke door de regelstang wordt gecommandeerd. De regelstang is niet zoals gebruikelijk vertand, doch is voorzien van een zestal sleuven, waarin een op de regelbus aangebracht kogeltje past. Het gelijkstellen van de opbrengst van de zes inspuit-elementen vindt plaats door het verdraaien van de flensbus; om deze reden zijn de gaten voor de bevestiging van de flensbus op het pomphuis uitgevoerd als slobgaten. De regelstang kan zich over een afstand van 21mm verplaatsen, hetgeen overeenkomt met een verdraaiing van 94graden van de regelbus. Het verstelbereik van de flensbus bedraagt 10graden.  

Uit elkaar nemen van de pomp

1.Neem een metaalstrip en boor hierin twee gaten, zodat de strip met behulp van bouten (M14x1,5) welke resp. in de openingen voor de brandstoftoevoer en voor de lekolieleiding worden gedraaid, op de brandstofpomp kan worden bevestigd. Boor nog een tweetal gaten in de strip, teneinde deze ook op de montagesteun te kunnen bevestigen. (Linkse Tekening)
2.Bevestig de pomp met behulp van de bovengenoemde strip op de montagesteun.
3.Draai de pomp, zodat de onderzijde boven komt en verwijder het bodemdeksel.
4.Verwijder de zes kleine sluitpluggen aan de voorzijde van de pomp.
5.Breng de stoters een voor een in hun hoogste stand door aan de nokkenas te draaien en blokkeer de stoters in deze stand door blokkeerpennen (4-99-535340) door de openingen in het pomphuis te steken.
6.Demonteer de koppeling met behulp van een trekker.
7.Verwijder het tussenlager. Indien dit niet gemakkelijk gaat, kan het lager ook later tegelijk met de nokkenas worden verwijderd.
8.Demonteer het lagerdeksel met behulp van een trekker en gebruik er in elk geval een steunbeugel bij ter vermijding van schade aan de lagers.
9.Houd de stelringen voor het instellen van de axiale speling van de nokkenas en voor het bepalen van de positie van de nokkenas apart bij elkaar.



 

 
  1. Bovendeksel
2. Pomphuis
3. Plug
4. Koudstart inrichting
5. Moer
6. Veerring
7. Oliekeerring
8. Lagerdeksel
9. O-ring
10. O-ring
11. Pompelement
12. O-ring
13. Nylon ring
14. Schermplaat
15. Klemring
16. Persklephouder
17. O-ring
18. Drukring
19. Veer
20. Onderlegring
21. Persklep
22. Onderlegplaat
23. Flensbus
24. O-ring
25. Spanveer + schotel
26. Borgpen
27. Draadbus
28. Meenemer-pen
29. Regelstang
30. Geleidebus
31. Plug
32. Plug
33. Nippel
34. Kogel
35. Veer
36. Sluitring
37. Bout
38. Regelbus
39. Veerschotel (boven)
40. Veer
41. Pakking
42. Bodemdeksel
43. Rollager
44. Lagerbus
45. Nokkenas
46. Tussenlager
47. Rollager
48. Veerschotel (onder)
49. Stoter
50. Stoter-as
51. Stoter-rol
52. Lagerbus

A. Stelplaatje (inspuitbegin)
B. Stelplaatje (axiale speling nokkenas)
C. Stelring (positie nokkenas)